My city sleeps by the side of a freeway.

Evanescence – Like You

Ik las eergisteren ofzo het grappigste boek dat ik sinds tijden heb gelezen uit. Twee koffers vol van Carl Friedman. Het boek is gesitueerd in joods Antwerpen en verhaalt over de filosofiestudente Chaja. Ze bekijkt de wereld, inclusief het jodendom met een kritische blik. Wanneer ze gaat oppassen bij het chassidische gezin Kalman, krijgt ze meteen sympathie voor één van de zoons: Simcha Kalman. Simcha is een buitenbeentje; een broekplassende kleuter met een fascinatie voor eendjes. Even een paar grappige/sarcastische passages:

Met tegenzin liet ik me door haar (Chaja’s moeder; mdh) meeloodsen naar de keuken.
‘Proef jij eens, ‘ zei ze. Toen sloot ze de deur achter ons en fluisterde: ‘Heb je dat gezien? Hij schrijft brieven aan de halve wereld. En hij heeft een plattegrond waar hij kruisjes op zet!’
‘Nou en?’ zei ik, met een mond vol cake. ‘Ik teken eendjes in mijn filosofieboeken.’ (p. 24)

En in zijn kielzog sjokte onveranderlijk zijn hond. Het was een kniehoog, vormeloos mormel met een suffe blik, dat de naam Attila niet zozeer droeg als eronder gebukt scheen te gaan. (…)
Attila luisterde met hangende kop, in doffe berusting, als iemand die weet dat tegenspraak zinloos is.
‘Moet je dat toch zien!’ zei de conciërge, terwijl hij zijn peuk voor de zoveelste keer aanstak. ‘Die lucifers van tegenwoordig lijken wel vliegende bommen. De koppen suizen je om de oren! Dit land gaat naar de vaantjes, Attila. Neem dat maar van me aan. De fabrieken puilen uit van de Algerijnen en de Marokkanen. Hoe moeten die kamelendrijvers goeie lucifers maken? Die hebben thuis nog nooit een lucifer gezien, die doen het ginder nog met vuurstenen!’ (p. 40-41)

‘Zou het?’ zei ik. ‘Mijn vader was zo verdomd aangepast dat hij bratwurst at. Zijn pyjamabroek droeg hij keurig in de vouw. Hij kon dingen als Oberlandesgerichtpräsident en genossenschaftliche Gemeinschaftstarbeit zeggen zonder naar adem te snakken. Toch werd hij herkend als een volksvijandig element. Zo heette dat toen. Nu heet het anders.’ (p. 80)

Af en toen las Avrom zijn broertjes voor uit een smoezelig Leerboek voor de jeugd. Hierin werden, in allesbehalve jeugdig taalgebruik, de joodse voorschriften uiteengezet. (…)
De volgende middag, toen ik met Simcha alleen was, nam ik het boek uit de kast. Bij het zien ervan dook hij angstig weg achter het voeteneinde van zijn bed. Ik bladerde heftig.
‘Hm,’ zei ik. ‘Ik zie nergens iets over kinderen die in hun broek plassen of over boze geesten. Nergens. Maar wel iets over eendjes.’
Boven de bedrand verscheen zijn betraande gezicht. Hij wreef door zijn ogen. ‘Ik wist het wel,’ zei hij met een beverig stemmetje, terwijl hij naast mij kwam zitten.
‘Betreffende eendjes,’ sprak ik plechtig, mijn wijsvinger langs de regels bewegend. ‘Op de eerste dag maakte God het licht en de duisternis. Op de tweede, derde en de vierde dag maakte Hij de hemel, het water, het land en andere moeilijke dingen. De vijfde dag  brak aan. Hè hè, zei God, nou wil Ik wel eens iets leuks maken. Eendjes bijvoorbeeld. Hij begon er meteen aan, maar het was niet zo gemakkelijk als Hij had gedacht. Het eerst eendje werd geen eendje, maar een olifant. Het volgende werd een krokodil. Ze mogen er wezen, zei God, maar eendjes zijn het niet, dat zie je zo. Hij maakte konijnen en kangoeroes en lapjeskatten. Toen vond Hij in zijn broekzak een handvol gekleurde veertjes. Wacht eens, zei Hij, als Ik me niet vergis moet Ik nog ergens een paar snaveltjes hebben. Hij maakte een heleboel eendjes en Hij zette er gele pootjes onder. Wat zijn ze goed gelukt! riep Hij. En wat kwaken ze gezellig. Het is, dat Ik al zoveel engelen in de hemel heb rondvliegen. Anders zou Ik eendjes nemen.
‘En verder?’ zei Simcha.
Ik sloeg de bladzijde om en fronste mijn wenkbrauwen.
‘Toen was het avond geweest en morgen geworden: de zesde dag. Op die dag maakte God de mensen. Hij zegende hen en zei: wees vruchtbaar, wordt talrlijk, struikel niet over het gedierte dat op de aarde kruipt, leef lang en gelukkig. En heb je een boterham over, geef die dan aan de eendjes, want van alles onder de zon zijn de eendjes Me het liefst.
‘Mij ook,’ zei Simcha, waarna hij tevreden zijn duim in zijn mond stak. (p 102-103)

Ik zou zeggen: ren allen naar de bieb en leen dit boek! Omdat jij en het boek het waard zijn. En met z’n 168 pagina’s is het ook nog van een bescheiden dikte, plus dat het door de prettige schrijfstijl leest als een trein. Het is overigens ook verfilmd (Left Luggage), door Jeroen Krabbé. Volgens Tims moeder ook de moeite waard om te zien ^^

Peace!

Advertisements

2 Reacties op “My city sleeps by the side of a freeway.

  1. Ha, het is al jaren geleden dat ik dit boek las, maar herinner het me niet direct als een grappig boek, vooral als een heel mooi boek :) Maar de voorbeelden die je geeft brengen de sfeer van het boek weer helemaal terug, en ja, het is gewoon een topboek!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s