Feun.

The Feeling – Strange

Gisteren kwamen Esther en René terug van vakantie. Alles was goed gegaan met de dieren, behalve dat Feun al een week niet was gesignaleerd door de oppas. Dat was wel vrij verontrustend, maar misschien was ze broeds en bleef ze daarom op een nestje in het bos zitten. M’n moeder en Jolanda de oppas hadden wel gezocht, maar een bruin kipje is moeilijk te zien. Omdat Esther zich toch wel erg zorgen maakte, gingen we vanochtend het bos uitkammen. Gewapend met stokken en gekleed in regenbroeken, zodat we niet bleven haken achter de braamstruiken, liepen we over de plank van de sloot die bos en erf scheidde. Ons kleine lapje bos leek opeens wel heel groot: Feun kon overal zijn.

Het duurde verrassend genoeg niet lang voordat we haar nest – dat m’n moeder eerder al gezien – weer vonden. In tegenstelling tot eerst lagen er nu vier eieren in. Dat stemde hoopvol, want hoewel de eieren kapot waren gemaakt, betekende dit in dat ze waarschijnlijk nog leefde. Helaas was dat niet het geval. Na een paar minuten vond m’n moeder tussen het kniehoge gras een lijkje. We twijfelden eerst even, maar de lange veren van de vleugels (wat er nog van over was) waren onmiskenbaar die van haar: zwart randje met bruin en goudbruine vlekjes. Ze lag er met gestrekte poten en haar borstbeen stak naar voren. Dat was het enige wat nog over was: wat veren, pootjes en een botje.

Nadat we de eerste schok te boven waren, begonnen we ons af te vragen hoe ze in godsnaam opeens dood kon zijn. Ze legde eieren en was kerngezond, in de bloei van haar leven – iets wat je haar absoluut gunde, want de start van dat leven was immers niet zo geweldig geweest. Verschillende scenario’s passeerden de revue. Was ze aangevallen door een hond? Dat leek toch vrij onwaarschijnlijk: er kwamen niet veel honden in het bos en ze kon vliegen (want: niet meer gekortwiekt). Ook was ze vrijwel onzichtbaar tussen de begroeiing. De kans dat een mens haar dood had gemaakt was ook heel klein. Haar lichaam zou nooit zó snel zó grondig vergaan kunnen zijn. Omdat ze tussen het hoge gras lag, was het ook onmogelijk geweest voor vliegende aaseters om haar te zien. Even dachten we aan een buizerd, maar die pikken hun prooi helemaal uit elkaar en dat was hier niet het geval. We denken nu dat haar dood het werk is geweest van een marter of bunzing. Die zijn hier wel vaker gespot. We denken ook dat Feun toch een beetje broeds was en daarom op haar nest bleef zitten, eieren leggend. Omdat de eieren kapot waren, moet het roofdier steeds terug zijn gekomen, om nieuwe eieren te verorberen. En waarschijnlijk is het op een avond tot een confrontatie tussen roofdier en Feun gekomen. Met een tragisch einde voor Feun, de Amsterdamse stadskip.

Daarom even wat foto’s:

Feun kwam als klein, ondervoed, pluizig bolletje uit Amsterdam. Vriendinnen van Esther hadden haar gevonden, terwijl haar broertjes, zusjes en ouders gesnapt waren door een hond. Met veel zorg, voedsel en een beetje geluk overleefde ze het en groeide ze op tot een puberkipje. Onze hele buurt ging op wormenjacht, zodat je haar per week zag groeien. Toen ze volwassen was, kwam ze bij de kippenkudde. Die accepteerden haar redelijk, maar ze bleef toch een outsider, die alles net even anders deed dan anderen. Zo moest ze bijvoorbeeld per se op hoofden of schoudes van mensen en ruggen van schapen zitten. De laatste jaren was ze een prachtig kipje, dat van eieren verstoppen een kunst maakte. Zo vonden we ooit eens tussen het stro niet minder dan tien eieren!
Dag Feun, je was altijd lief en vooral eigenwijs <3

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s